Enkel-voet-orthese met perfecte eigenschappen voor iedere individuele patiënt

Enkel-voet-orthese met perfecte eigenschappen voor iedere individuele patiënt

Met toestemming overgenomen uit Contact maart 2015, ledenblad van de Spierziekten Nederland.
Auteur: Hidde Boersma

Blijf op de been

Wie als gevolg van spierzwakte niet goed loopt, krijgt soms een orthese voorgeschreven, een hulpmiddel om beter te kunnen lopen. Zulke ortheses worden steeds lichter en comfortabeler. Een nieuw project gaat op zoek naar de enkel-voetorthese met de perfecte eigenschappen voor iedere individuele patiënt.

'Eigenlijk gaat het zoeken naar de juiste orthese vaak nog op een trial and error manier. Ortheses worden veel voorgeschreven, maar er is een grote variatie in de manier waarop ze worden uitgevoerd.' Aan het woord is Merel Brehm, senior onderzoeker aan de afdeling revalidatie in het AMC in Amsterdam. In een nieuw project gaat een promovendus onder haar hoede hier verandering in brengen. In het vierjarig onderzoeksproject willen de Amsterdammers weten welk soort orthese, een aan het lichaam vastzittend medisch hulpmiddel, het best is voor wie en hoe dat beter kan worden vastgesteld. Tegelijk dient het project als inventarisatie naar de stand van zaken op het gebied van orthesetoepassingen in Nederland: welke types zijn er in gebruik en hoe bevallen die?

Slap of stijf materiaal

Er zijn nogal wat verschillende EVO's in omloop, die elk de loopvaardigheid anders beïnvloeden. Het grootste verschil zit in de stijfheid van het materiaal. Een orthese van polypropyleen (een plasticsoort) bijvoorbeeld is heel slap, terwijl er van koolstof erg stijve gemaakt kunnen worden. 'Een te slappe orthese betekent doorgaans dat afwijkingen in het looppatroon niet genoeg worden gecorrigeerd, waardoor de instabiliteit niet verdwijnt, terwijl een te stijve orthese het lopen moeilijker maakt,' zegt Brehm. 'Doorgaans is de stelregel dat hoe meer kuitspierzwakte een patiënt heeft, des te stijver het materiaal van de orthese moet zijn. Maar de precieze samenhang tussen patiëntkenmerken en EVO-stijfheid is nog onbekend. Wat doet iemands lichaamsgewicht ertoe? Of iemands loopsnelheid? Daar hopen we in dit project inzicht in te krijgen.' Uiteindelijk is het doel om de patiënt een orthese aan te meten waarmee hij de minste energie verbruikt en waar hij zich tegelijk het beste mee kan redden.

In dit nieuwe project onderzoekt de promovendus van Brehm patiënten die al een orthese hebben. In totaal wordt bij veertig patiënten een basismeting gedaan, om ze vervolgens een nieuwe EVO aan te meten, waarvan de stijfheid is geoptimaliseerd. Na drie maanden wordt het energieverbruik gemeten als belangrijkste maat en vergeleken met de primaire situatie. Ook de loopsnelheid, het looppatroon en de tevredenheid worden bepaald. Hieruit moeten vervolgens modellen en protocollen volgen die artsen helpen om beter en sneller orthese aan te meten bij nieuwe patiënten. Dat leidt tot een hogere kwaliteit van leven.

Bekwame instrumentmakers

In het project werken Nollet en Brehm samen met de afdeling revalidatie van het VUmc in Amsterdam en met de TU Delft. Daarnaast wordt nauw samengewerkt met OIM-Noppe orthopedie. De instrumentmakers denken mee in het hele proces. Dat is belangrijk, want zij moeten de orthese maken en moeten daar voorzieningen voor treffen. 'De stijfheid moet bijvoorbeeld gevarieerd kunnen worden binnen een en dezelfde orthese. Zou je voor elke stijfheid een andere voorziening moeten hebben, dan wordt het veel te duur,' zegt Frans Nollet, hoogleraar revalidatiegeneeskunde aan het AMC. 'Door de instrumentmakers vroeg bij het proces te betrekken, worden de richtlijnen en standaarden beter en worden ze onderschreven door meer partijen.'

Volgens Nollet zijn er maar weinig instrumentmakers die echt goed koolstofortheses kunnen maken. 'Je kunt van koolstof hele lichte, mooie ortheses maken. Maar als je het niet goed doet, ook hele zware. Bovendien zie je dat koolstof soms op dezelfde manier wordt gebruikt als eerder toegepaste materialen. Dan maak je helemaal geen gebruik van de voordelen die koolstof biedt.' Die zitten hem vooral in de subtiliteit. Het is mogelijk om de zogenaamde total contact fittings te maken, waarbij de orthese het betreffende lichaamsdeel van de patiënt perfect omsluit. Op die manier geeft de orthesevoorziening maximale ondersteuning, maar het maken daarvan vergt grote kunde.