Flexibele prothesepolsen voor mensen met een myo-elektrische onderarmprothese

Een onderzoek van de afdeling Revalidatiegeneeskunde en het Centrum voor Bewegingswetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en het revalidatiecentrum Revant Breda, onder leiding van prof. dr. C.K. van der Sluis, dr. R.M. Bongers en drs. N.D.M. Ringeling-van Leusen. Het onderzoek werd uitgevoerd door drs. M. Deijs, bewegingswetenschapper.

Doel van het onderzoek

Evalueren van nieuw beschikbare flexibele prothesepolsen.

Achtergrond

Mensen zonder onderarm missen de grijpfunctie van de hand. Met een prothese wordt dit verholpen. In dit onderzoek hebben mensen hun elleboog nog wel en gebruiken ze een myo-elektrische prothese. Deze prothese zit om het stukje onderarm dat er nog is. In de prothese zitten twee elektroden die op de buig- en strekspier van de stomp bevestigd worden. Door die spieren aan te spannen, gaat er een signaal naar de prothesehand om de hand open of dicht te doen. In de prothese zit een polsgewricht waarmee men met de gezonde hand de prothesehand naar links of rechts kan draaien. Vrij recent zijn er flexibele prothesepolsen op de markt gekomen. Nieuw hieraan is dat de prothesepols ook kan buigen en strekken. Door op een knop te drukken zet men de hand in een gestrekte positie naar boven of een gebogen positie naar onderen. Er bestaan twee soorten flexibele polsen: de flexpols die men met de andere hand in buig- en strekstanden kan zetten en de multiflexpols die ook in verschillende buig- en strekstanden gezet kan worden, maar ook vrij kan bewegen onder tegendruk. Ter illustratie: als men op de fiets een schok op de handen krijgt, vangt de multiflexpols dat een beetje op door mee te veren. Het is echter nog niet uitgebreid onderzocht of de flexibele polsen ook echt iets opleveren voor de prothesegebruiker.

Meetinstrumenten

Aan dit onderzoek deden acht patiënten mee. De twee fabrikanten stelden prothesen beschikbaar die OIM Orthopedie telkens bij de patiënten aanmat. Elke patiënt gebruikte vier weken de flexpols in het dagelijks leven en vier weken de multiflexpols. Binnen elke vier weken gebruikten ze twee weken de flexibele mogelijkheden van de pols en twee weken niet. Zo werd het effect weggenomen van het gebruik van een andere prothesehand dan ze gewend waren. Na elke twee weken nam het UMCG een breed scala aan testen af. Ten eerste gingen deze in op de tevredenheid, ten tweede op de functionaliteit - hoe makkelijk en snel voert men dagelijkse activiteiten uit - en ten derde werd de schouderhoek gemeten om compensatiebewegingen in kaart te brengen; als de pols niet kan bewegen, compenseert men namelijk automatisch met de bovenarm of schouder. De dataverzameling is klaar en op moment van schrijven analyseert het UMCG dit. De algemene indruk is dat uit de subjectieve feedback duidelijk blijkt dat de patiënten meerwaarde ervaren van een flexpols dan wel multiflexpols. Zeven van de acht patiënten zouden ervoor kiezen wanneer zij een nieuwe prothese zouden krijgen. Een aantal van hen heeft zelfs al een nieuwe pols aangevraagd. Objectief is meerwaarde echter lastig vast te stellen. Bij sommige patiënten is er verbetering, maar de individuele resultaten zijn te verschillend om uitspraken te doen op groepsniveau.

Rol OIM Orthopedie

OIM Orthopedie mat niet alleen de prothesen aan bij de patiënten uit het onderzoek. Ook stelde de organisatie haar landelijke patiëntendatabase beschikbaar. Aan de hand van een aantal criteria selecteerden OIM Orthopedie en het UMCG patiënten die in aanmerking kwamen voor het onderzoek en schreven deze mensen aan.