Flextensions A(bility)-Gear project: de ontwikkeling van een onopvallende, lichaamsgebonden armondersteuner

Flextensions A(bility)-Gear project: de ontwikkeling van een onopvallende, lichaamsgebonden armondersteuner

Flextension is een samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen, universiteiten, revalidatiecentra, bedrijven en patiëntenorganisaties verbonden door een gemeenschappelijk belang in medische technologie. De onderzoeksgroep van het Flextension A-Gear project bestaat uit Mariska Janssen MSc., Joan Lobo MSc., Gerard Dunning MSc. en Peter Kooren MSc..

Doel van het onderzoek

Voor mensen met Duchenne spierdystrofie een onopvallend, lichaamsgebonden hulpmiddel ontwikkelen dat het functioneren van de arm ondersteunt tijdens belangrijke dagelijkse activiteiten en het liefst onder de kleding gedragen kan worden.

Achtergrond

Duchenne spierdystrofie is één van de meest voorkomende vormen van spierdystrofie en komt voor bij ongeveer één op de zesduizend levend geborenen. De spieren van de patiënten worden gedurende hun leven steeds zwakker. Hierdoor kunnen zij hun armen steeds minder goed gebruiken en uiteindelijk zelfs niet meer gebruiken. Door ziektevertragende medicijnen neemt de levensverwachting van mensen met Duchenne steeds verder toe, hierdoor wordt ook het behoud van de functionaliteit van de armen steeds belangrijker. Er zijn enkele hulpmiddelen die het verlies van spierfunctie in de armen gedeeltelijk opvangen. Deze hulpmiddelen compenseren echter niet het gehele functieverlies en zijn stigmatiserend, want zo'n hulpmiddel is groot en zichtbaar. Het Flextension A-Gear project werkt aan een oplossing. De onderzoekers hopen een product te ontwikkelen dat modulair uitgebouwd kan worden naarmate de patiënt zwakker wordt: een passieve armondersteuner, aangestuurd op eigen kracht, voor wanneer de patiënt nog niet zoveel ondersteuning nodig heeft en een actieve armondersteuner, aangestuurd door motoren, voor wanneer de spieren zwakker worden. Hoe werkt het? De passieve armondersteuner werkt met elastieken. Deze zijn zo in de orthese geplaatst dat de arm als het ware gewichtloos wordt, alsof de arm zweeft. Dit is geen perfect zweven en op een gegeven moment wordt de patiënt te zwak om door die onnauwkeurigheid heen te bewegen. Daarnaast is er kracht nodig om een beweging van de arm in te zetten en om deze te kunnen stoppen. Motoren in de orthese helpen dan hierbij. Naast de ontwikkeling van de armondersteuners loopt de Duchenne Dynamische Arm Studie (DDAS). Deze studie probeert meer inzicht te krijgen in de armfunctie van mensen met Duchenne spierdystrofie. Door het meten van de armfunctie bij patiënten van verschillende leeftijden krijgt de onderzoeksgroep een indruk hoe de armfunctie verandert gedurende het ziektebeloop en hoe hierop een armondersteuner aangepast kan worden.

In ontwikkeling

De passieve armondersteuner is simpeler en goedkoper om te ontwikkelen dan de actieve armondersteuner. Deze ligt dan ook eerder in het onderzoekstraject.
De onderzoeksgroep ontwikkelde en testte twee prototypes van de passieve armondersteuner in gezonde proefpersonen en patiënten. De bewegingsvrijheid en de functionaliteit van de arm namen toe wanneer proefpersonen het prototype gebruikten. Daarnaast kostte het maken van bewegingen minder energie. Naast de positieve effecten kwamen ook verbeterpunten naar voren. Zo is de orthese nog niet onder kleding te dragen. Een derde prototype is in ontwikkeling. De actieve armondersteuner zit in de ontwerpfase. Er zijn testopstellingen om bepaalde principes te testen. De aandrijving van alleen de elleboog wordt bijvoorbeeld eerst gemaakt en getest voordat de hele orthese aangedreven wordt. En de intelligentie van de computer die de motoren aanstuurt, wordt getest op een robotarm. Bepaalde onderdelen zijn dus al in de maak, maar de hele actieve armondersteuner is nog niet af. Daarnaast zit er progressie in de Duchenne Dynamische Arm Studie (DDAS). Ruim vijftien mensen met Duchenne lieten hun armfunctie meten. Zo werd hun maximale kracht gemeten en ondergingen ze een EMG-onderzoek. Dit najaar hoopt de onderzoeksgroep nog eens tien patiënten te onderzoeken. Het is te vroeg om al conclusies te trekken uit het onderzoek.

Rol van OIM Orthopedie

OIM Orthopedie is partner in het project. Haar rol bestaat uit het geven van advies en het vervaardigen en leveren van materialen. De onderzoeksgroep vindt dat OIM Orthopedie veel kennis heeft die voor hen interessant is. Op dit moment bekijken de onderzoekers hoe ze daar het best gebruik van kunnen maken, zodat OIM Orthopedie direct aan de slag kan zodra de armondersteuner van de onderzoekstafel af is. De partijen hebben hierover regelmatig overleg.

Voor meer informatie over Flextension, kijk op de website www.flextension.nl.