Verbeteren enkel-voetorthese bij kinderen met Cerebrale Parese

Verbeteren van de enkel-voetorthese bij kinderen met Cerebrale Parese

Een onderzoek van de afdeling Revalidatiegeneeskunde van het VU Medisch Centrum in Amsterdam, onder leiding van dr. M.A. Brehm en prof. dr. ir. J. Harlaar en uitgevoerd door Y.L. Kerkum MSc, met hulp van OIM Noppe Orthopedie.

Doel van het onderzoek

Bepalen van de optimale stijfheid van een enkel-voetorthese (EVO) voor kinderen met Cerebrale Parese (CP) die lopen met overmatige knieflexie. De optimale EVO moet stijf genoeg zijn om de knieflexie tegen te gaan en zou tegelijkertijd de afzet moeten ondersteunen. Zo’n orthese vermindert mogelijk het energieverbruik van het kind waardoor zijn mobiliteit en participatie zouden kunnen verbeteren.

Achtergrond

Twee à drie op de duizend levend geboren kinderen heeft Cerebrale Parese (CP). Tachtig procent van hen is spastisch, waardoor ze minder goed kunnen lopen. Kinderen met CP krijgen vaak een EVO voorgeschreven om het staan en lopen te verbeteren. Dit onderzoek is specifiek gericht op kinderen die lopen met overmatige knieflexie, wat betekent dat het kind met gebogen knieën loopt. Tijdens de groei krijgen deze kinderen een EVO om een juiste houding te bereiken: wanneer de enkel in 90 graden vast staat, zal het kind ook automatisch zijn knieën strekken. Om dit te bereiken wordt doorgaans een rigide EVO toegepast, waarin de enkel helemaal vast zit. Het nadeel van deze orthese echter, is dat het kind niet goed meer kan afzetten. Voor de afzet is immers beweging van de enkel noodzakelijk. Door de stijve eigenschappen van deze EVO, wordt er bovendien geen energie opgeslagen en terug gegeven tijdens het lopen. Dat kost veel energie waardoor kinderen eerder moe worden. Uit eerder onderzoek bij volwassenen– waarbij Noppe Orthopedie betrokken was – bleek dat een EVO met verende eigenschappen de afzet ondersteunt en het energieverbruik tijdens het lopen vermindert. Dit onderzoek gaat verder en zoekt een orthese voor kinderen met CP die stijf genoeg is om de knieflexie tegen te gaan en tegelijkertijd verende eigenschappen heeft om de afzet te ondersteunen.

NeuroSwing-EVO

Om een optimale stijfheid te vinden, moeten meerdere stijfheden bij hetzelfde kind getest worden. Het VU medisch centrum besprak met OIM Noppe Orthopedie wat een geschikte methode zou zijn om diverse stijfheden te testen. OIM Noppe Orthopedie stelde voor te werken met de NeuroSwing-EVO die toen net op de markt was. Deze EVO wordt gemaakt met het NeuroSwing® scharnier, waarin verschillende veren met verschillende stijfheden geplaatst kunnen worden. Hierdoor is de veerstijfheid makkelijk te veranderen, zonder dat een nieuwe orthese gemaakt hoeft te worden. Er deden achttien kinderen mee aan het onderzoek. Deze kinderen waren veelal onder behandeling bij het VU Medisch Centrum en OIM Noppe Orthopedie. Voor deze kinderen mat OIM Noppe Orthopedie een NeuroSwing-EVO aan. Het VU Medisch Centrum testte bij ieder kind drie verschillende EVO-stijfheden: een slappe, een stijve en een rigide. Ieder kind droeg elke EVO-stijfheid vier weken, waarna het effect werd geëvalueerd. Dat gebeurde op basis van het energieverbruik tijdens het lopen en metingen in het gangbeeld-lab. Ook werd de dagelijkse activiteit gemeten met een stappenteller om te kijken of er ook effecten waren op activiteiten in het dagelijks leven. Het onderzoek is nog niet afgerond, maar uit de eerste resultaten blijkt dat de verende eigenschappen voor veel kinderen een positief effect hebben. Veel kinderen gaven ook aan dat ze het fijner vinden als hun enkel een beetje kan bewegen. Activiteiten als traplopen en rennen gaat hen beter af met een EVO die wat beweging toelaat in de enkel.