Beroerte (CVA)

Beroerte (CVA)

Een beroerte (herseninfarct, CVA, attaque, apoplexie) is het gevolg van onderbreking van de bloedtoevoer naar een deel van de hersenen. Het achterliggende hersenweefsel krijgt onvoldoende zuurstof en dat deel van de hersenen kan afsterven.

Kenmerken en symptomen

Een beroerte kun je soms herkennen aan bepaalde voortekenen. Die zijn het gevolg van een tijdelijk zuurstoftekort in de hersenen, dat later weer herstelt. Ze worden TIA genoemd (Transient Ischaemic Attack). Een TIA komt altijd plotseling, duurt vaak minder dan twintig minuten en is meestal binnen enkele uren volledig verdwenen.

Een TIA is te herkennen aan:

  • wartaal spreken, niet meer uit de woorden komen of moeilijk spreken;
  • dubbelzien of blindheid in een oog;
  • een scheeftrekkend gezicht, afhangende mondhoek;
  • hevige draaiduizeligheid, coördinatie- of evenwichtsstoornissen;
  • krachtverlies in arm of been.

Tegenwoordig is men voorzichtiger met het gebruik van de term TIA. Als de verschijnselen niet binnen 1 tot 2 uur verdwijnen, is er wellicht toch sprake van een echte beroerte. Het is dan ook zaak om dit soort verschijnselen altijd serieus te nemen.

Als een van de genoemde symptomen zich voordoet, bel dan altijd je huisarts of bel 112 voor een ambulance. Je kunt ook naar de EHBO-afdeling van een ziekenhuis gaan. Rijd nooit zelf, maar laat je brengen.

Een beroerte kan één van de twee hersenhelften treffen. Het patroon van de loopstoornis is afhankelijk van de plek en de grootte van de beschadiging. Ongeveer 70 procent van de mensen die een CVA overleven, kan gedurende de eerste paar weken niet onafhankelijk lopen. Een groot deel daarvan behoudt problemen met lopen gedurende zijn leven.

Oorzaken

Een onderbreking van de bloedtoevoer kan worden veroorzaakt door een bloeding in of rond de hersenen (hersenbloeding), een stolsel dat een verkalkte slagader blokkeert (hersentrombose), of een propje van elders dat uiteindelijk verstopping van een slagader in de hersenen veroorzaakt (hersenembolie).

Een grote risicofactor voor een beroerte (of infarct) is een te hoge bloeddruk. Roken is een zeer grote risicofactor. De plaats van het infarct in de hersenen bepaalt de gevolgen. In elk deel van de hersenen bevindt zich een 'regelcentrum' voor bepaalde lichaamsfuncties, emoties en gevoelens. Naast lichamelijke gevolgen zoals (eenzijdige) verlammingen is er vaak sprake van minder zichtbare gevolgen. Vergeetachtigheid, spraakstoornissen, depressiviteit en gedragsveranderingen zijn hier een voorbeeld van.

Behandeling

Veel mensen die een beroerte hebben gehad houden loopproblemen. Soms kan met behulp van een enkel-voetorthese (confectie of maatwerk) het lopen wat makkelijker gemaakt worden. Overleg dit met je huisarts of specialist. De orthese helpt een klapvoet voorkomen. De bijzondere constructie verbetert de staplengte en verkort de stapfrequentie. Verder kan de aangedane hand wat verkrampt of juist verslapt zijn. Een pols/handorthese kan helpen te voorkomen dat een gedwongen stand (contractuur) in de hand ontstaat en zorgt ervoor dat de hand goed te verzorgen blijft.